Vrijheid van onderwijs

Het bijzonder onderwijs wordt de laatste jaren vaak ter discussie gesteld. SGP-jongeren schat het belang van de vrijheid van onderwijs hoog in en staat daarom pal voor dit grondrecht. We hebben hier vier redenen voor: de ouders, de maatschappij, de school en, niet in het minst, het kind.

 

  1. De ouders. Het kind is van de ouders, niet van de overheid. Daarom is het belangrijk dat ouders hun kind naar een school kunnen sturen, die aansluit bij hun levensovertuiging of onderwijsvisie. Een school vormt samen met de kerk en het gezin een drieslag, waarbinnen het kind gevormd en opgevoed wordt. Het bijzonder onderwijs is daarvoor van essentieel belang!
  2. De maatschappij. Het bijzonder onderwijs voorziet namelijk in een maatschappelijke behoefte. Meer dan de helft van de Nederlandse scholieren gaat naar een school die bijzonder onderwijs geeft. Er is in de maatschappij dus duidelijk behoefte aan een school met een specifieke levensbeschouwelijke of onderwijskundige visie.
  3. De school. Het bijzonder onderwijs biedt een sterke prikkel om het beste onderwijs te leveren, omdat scholen hun bestaansrecht moeten bewijzen. Tot nu toe slaagt het bijzonder onderwijs daar uitstekend in, meerdere onderzoeken hebben uitgewezen dat de onderwijsresultaten in het bijzonder onderwijs hoger liggen. Het bijzonder onderwijs draagt dus bij aan een hogere onderwijskwaliteit.
  4. Het kind. Als SGP-jongeren gunnen we ieder kind boven alles een leven met God. Het onderwijs is ten diepste ook gericht op het geven van onderwijs uit de Bijbel en het voorbereiden op een leven als christen. We zouden ieder kind van harte gunnen dat het op deze manier gebruik mag maken van de vrijheid van onderwijs.

 

Vrijheid is nooit onbeperkt. Er moet bijvoorbeeld altijd, in het bijzonder op christelijke scholen, een veilig klimaat heersen. Ook het verplichten van burgerschapsonderwijs is een gerechtvaardigde inperking van de vrijheid. De overheid mag echter geen inhoudelijke eisen aan het onderwijs of de school stellen. Dat betekent dat een school (uiteraard binnen de kaders van de wet) zijn eigen opvattingen mag hebben, zoals een klassiek-christelijke opvatting over het huwelijk. Daarvoor is de vrijheid van onderwijs te mooi!