Vanuit het geloof dat Jezus Christus de enige Weg is tot God, staat SGP-jongeren negatief ten opzichte van de islamisering van Nederland. In het kader van godsdienstvrijheid pleiten we er wel voor dat moslims ongehinderd hun godsdienst kunnen uitoefenen. Wel zien we grote religieuze en culturele verschillen tussen de islamitische cultuur en de (post-)christelijke Nederlandse cultuur. In verschillende interpretaties van de islam wordt de scheiding van kerk en staat niet erkend; in de praktijk komt dit erop neer dat een islamitische minderheid zonder enig probleem kan leven in een democratisch land; SGP-jongeren vreest echter dat dit niet het geval zal zijn richting andere minderheden als een islamitische meerderheid aan de macht komt. Daarnaast is bekend dat antisemitische gevoelens sterk leven binnen de islamitische gemeenschap. Deze ongegronde haat valt niet goed te praten. SGP-jongeren wil dan ook dat antisemitisme streng bestreden wordt.

Dit neemt niet weg dat de SGP-jongeren ook wil opkomen voor de grondrechten van de islamitische minderheid. Hoewel we terughoudendheid willen betrachten in de bouw van moskeeën, mag de bouw daarvan niet nodeloos gehinderd worden. Islamitische scholen hebben recht van bestaan en de rituele slacht moet mogelijk blijven. Dat in vele islamitische landen de mensenrechten van christelijke minderheden op grove wijze geschonden worden, kan niet in de weg staan om de grondrechten van de islamitische minderheid in Nederland te respecteren.

Momenteel zijn er veel gewelddadige moslimfundamentalistische groeperingen actief op de wereld. Het is zorgelijk dat deze groepering veel aanhang vinden in Nederland. SGP-jongeren vindt dat de moslimgemeenschap alert moet zijn op radicalisering en moet ingrijpen wanneer moslims radicaliseren. Daarnaast heeft de AIVD ook een taak om geradicaliseerde moslims op te sporen. De Nederlandse overheid moet zorgen dat radicaalislamitische invloeden worden tegengaan. sporen. De Nederlandse overheid moet zorgen dat radicaalislamitische invloeden worden tegengaan.

Concreet:

  • De moslimminderheid in Nederland moet zich bezinnen over hoe zij omgaat met de spanning tussen het islamitische recht(ssysteem) en het Nederlandse recht(ssysteem).
  • Het antisemitisme onder moslims moet bestreden worden.
  • Moslims in Nederland moeten ongehinderd hun godsdienst kunnen uitoefenen.
  • Bij de bouw van moskeeën en minaretten mag van gemeenten verwacht worden dat ze de uitstraling op de publieke ruimte tot een minimum zullen beperken.
  • Tegen ophitsende predikers en ‘haatimams’ moet strafrechtelijk worden opgetreden.