Wat is een aanvullend pensioen?

Gepensioneerden hebben in Nederland vaak een inkomen dat uit twee delen bestaat: een AOW-uitkering en een aanvullend pensioen. Iedere Nederlander heeft recht op een AOW-uitkering vanaf de leeftijd van 66 jaar en 7 maanden (de komende jaren stijgt de AOW-leeftijd door naar 67 jaar). De hoogte van de AOW is 70 procent van het nettominimumloon voor alleenstaanden en 100 procent van het nettominimumloon voor echtparen. De AOW wordt jaarlijks betaald uit de AOW-premies en belastingen die de overheid binnenkrijgt.

In aanvulling op de AOW ontvangen veel gepensioneerden een pensioenuitkering, omdat enkel een AOW-uitkering onvoldoende is om van rond te komen. Die pensioenuitkering wordt uitbetaald door een pensioenfonds. Gepensioneerden hebben recht op een aanvullend pensioen als zij tijdens hun werkzame leven pensioenpremie hebben betaald aan een pensioenfonds. Hoewel ‘aanvullend’ pensioen suggereert dat dit ‘slechts’ een aanvulling is op de AOW-uitkering, gaat het wel om grote bedragen. Het gaat al snel om honderden euro’s per maand en dit bedrag kan oplopen tot meer dan duizend euro.

Hoe werkt het huidige pensioenstelsel?

In het huidige pensioenstelsel dragen werknemers en werkgevers een bijdrage af aan een pensioenfonds. Deze bijdrage heet de pensioenpremie. Deze premie komt terecht in de ‘pensioenpot’ en dit geld wordt belegd zodat het vermogen van het pensioenfonds groter wordt. Vanwege de pensioenpremie die je nu betaalt krijg je recht op een toekomstige pensioenuitkering, oftewel: je bouwt pensioenrechten op.Het pensioenfonds doet dus een belofte over de hoogte van je toekomstige pensioenuitkering. En omdat de pensioenpremie je later een pensioenuitkering oplevert, is de betaalde pensioenpremie in feite uitgesteld loon.

Rekenvoorbeeld: het betalen van pensioenpremie

Stel: je verdient als werknemer € 35.000 op jaarbasis. De pensioenpremie is 25 procent, waarvan jij 10 procent betaalt en je werkgever 15 procent.

Over het eerste deel van je inkomen hoef je echter geen pensioenpremie te betalen, omdat je daarvoor in de plaats later een AOW-uitkering krijgt. In 2022 geldt dit tot een hoogte van € 16.228. Jebetaalt dus pensioenpremie over een inkomen van € 35.000 - 16.228 = € 18.772. Over dit bedrag bereken je dus de pensioenpremie, waarvan jij en je werkgever allebei een deel betalen.

Jij betaalt 10 procent x € 18.772 = € 1.877. Deze premie betaal je van je bruto loon.

Je werkgever betaalt 15 procent x € 18.772 = € 2.816. Dit bedrag is voor rekening van je werkgever en gaat dus niet van je bruto loon af.

Wat is er mis met het huidige pensioenstelsel?

Dit systeem klinkt overzichtelijk, maar op een aantal punten functioneert dit systeem niet meer goed. In de eerste plaats doet het pensioenfonds een belofte over de toekomstige uitkering en daarvoor wordt op dit moment premie betaald. Dat betekent dat een pensioenfonds continu moet rekenen tussen de uitkeringen die in de toekomst uitbetaald moeten worden en het geld dat op dit moment in de pensioenpot zit. Daarvoor wordt er gerekend met een rente (‘de rekenrente’) die aangeeft hoeveel vermogen een pensioenfonds op dit moment in kas moet hebben om aan zijn toekomstige verplichtingen te kunnen voldoen. De afgelopen jaren is die rente heel laag geweest. Dat betekende dat pensioenfondsen veel geld in kas moesten hebben voor hun toekomstige pensioenuitkeringen. Daardoor was het voor veel pensioenfondsen onmogelijk om meer geld uit hun pensioenpot uit te keren en de uitkeringen dus te verhogen. Dat betekende dat veel pensioenfondsen in de periode van 2008 tot 2022 de pensioenuitkeringen nauwelijks hebben kunnen verhogen, of soms zelfs hebben moeten korten.

Daarnaast bouwen werknemers evenveel pensioenrechten op voor dezelfde premie die zij betalen.Het maakt niet uit of je die premie op 25-jarige leeftijd of op 60-jarige leeftijd inlegt, je krijgt er evenveel pensioenrechten voor terug. Dat is oneerlijk omdat de premie van een 25-jarige veel langer kan renderen (= extra geld opleveren) dan de premie van een 60-jarige. Dat betekent dat jongeren eigenlijk te veel premie betalen en oudere deelnemers te weinig. Onder de motorkap van een pensioenfonds vindt dus een herverdeling plaats van jong naar oud.Om twee redenen is dat een probleem:

  • Zolang iedereen op jonge leeftijd toetreedt tot een pensioenfonds en daar z'n hele leven deelnemer blijft, is er weinig aan de hand. Jonge werknemers krijgen namelijk te weinig pensioenrechten voor de premie die zij betalen, maar dat wordt vanzelf gecompenseerd als zij zelf in de tweede helft van hun loopbaan zitten. Op de huidige arbeidsmarkt zijn mensen echter veel meer in beweging: ze gaan werken in een andere sector (met een ander pensioenfonds) of ze worden na verloop van tijd zzp’er en stoppen met het opbouwen van pensioen via een pensioenfonds. Als mensen dus halverwege hun loopbaan het pensioenfonds verlaten hebben ze dus te veel premie betaald in hun jaren als werknemer. En andersom is het ook zo dat mensen die pas in de tweede helft van hun loopbaan gaan deelnemen aan een pensioenfonds te veel pensioenrechten krijgen voor de premie die zij betalen. Hun toekomstige pensioenuitkering wordt dus voor een deel door anderen betaald!

  • Daarnaast bevoordeelt het huidige stelsel mensen die tijdens hun loopbaan steeds meer gaan verdienen (en die dus rijker zijn). Zij bouwen aan het eind van hun loopbaan pensioenrechten op over een hoog inkomen en krijgen daarmee dus recht op een hoge pensioenuitkering, terwijl de bijbehorende premie maar kort kan renderen. Mensen met een inkomen dat hun leven lang min of meer gelijk (vaak de wat lagere inkomens) hebben dit voordeel niet, maar betalen hier wel aan mee. Er is dus ook sprake van een herverdeling van arm naar rijk.

Wat vindt SGP-jongeren van het nieuwe voorstel?

In het nieuwe stelsel staat niet het opgebouwde recht op een toekomstige pensioenuitkering centraal, maar de premie die op dit moment wordt betaald. Deze premie wordt in een persoonlijk pensioenpotje gestopt dat voor jou gereserveerd blijft. Het geld in dit pensioenpotje wordt vervolgens belegd. Daarmee wordt een aantal problemen in één keer opgelost:

  • Er hoeft niet meer gerekend tussen het huidige vermogen en de uitkeringen in de toekomst. De pensioenuitkeringen worden niet meer gekoppeld aande rente. Als het pensioenfonds goede resultaten behaalt, kunnen de uitkeringen eerder omhoog. Daar tegenover staat wel dat de uitkeringen eerder omlaag gaan als de resultaten tegenvallen.

  • Er vindt geen herverdeling meer plaats tussen de verschillende deelnemers. Iedereen spaart namelijk voor zijn eigen pensioen. Dat is vooral eerlijk voor jongeren die vroeg beginnen met werken en voor mensen die op latere leeftijd zzp’er worden. Het is veel eerlijker als iedereen spaart voor zijn eigen pensioen omdat het eigenlijk uitgesteld loon is. Inkomensherverdeling is een taak van de overheid (via de belastingen), niet van de pensioenfondsen.

  • Het stelsel wordt transparanter: doordat je met jouw pensioenpremie je persoonlijke pensioenpotje vult, kun je altijd zien hoeveel jij gedurende jewerkzameleven aan pensioenvermogen hebt opgebouwd.

Het nieuwe pensioenstelsel is dus een stuk eerlijker, maar er is wel een grote hobbel die moet worden genomen: de huidige pensioenpotten van pensioenfondsen (in totaal meer dan 1500 miljard euro) moeten in kleine individuele potjes worden geknipt. Dit proces is erg ingewikkeld en moet zorgvuldig gebeuren, omdat de uitkomst daarvan invloed heeft op de hoogte van de toekomstige pensioenuitkering. SGP-jongeren vindt het belangrijk dat dit proces op een eerlijke manier wordt vormgegeven, voor jong én oud.

Wat kan er nog verbeterd worden aan voorstel?

Op dit moment zijn er circa 1 miljoen mensen die geen pensioen opbouwen via een pensioenfonds. Vaak gaat het hierbij om jonge werknemers. In het nieuwe pensioenstelsel wordt het juist van belang om vroeg te beginnen met het opbouwen van pensioen. Want in dit stelsel staat de betaalde premie centraal en de premie van jonge deelnemers kan langer renderen dan die van oudere deelnemers. De gevolgen zijn het grootst voor de jongeren die vroeg beginnen met werken, want hun premie kan het langst renderen. SGP-jongeren vindt daarom dat veel meer jongeren pensioen moeten gaan opbouwen en ziet daarvoor de volgende oplossingen:

  • Het verlagen van de wettelijke maximale toetredingsleeftijd van 21 naar 18 jaar. Werkgevers die een pensioenregeling hebben, worden verplicht om alle werknemers vanaf 18 jaar daaraan te laten deelnemen.

  • Het verlagen van de wachttijd om toe te treden tot een pensioenfonds.  Op dit moment hoef je pas vanaf acht weken na het begin van je nieuwe baan te beginnen methet opbouwen van pensioen. Als je op jonge leeftijd verschillende tijdelijke contracten hebt (wat veel voorkomt), kunnen deze periodes bij elkaar fors oplopen en mis je dus pensioenopbouw. Daarom vindt SGP-jongeren het goed als de wachttijd wordt verkort of wordt omgezet in een drempelperiode, zodat na acht weken de pensioenpremies van de weken daarvoor alsnog worden betaald.

Een nieuw stelsel is erg belangrijk

Ondanks dat ‘pensioenen’ als een saai onderwerp klinkt dat in de verre toekomst een keer belangrijk wordt, is het juist nu ook al van belang. Ik heb geprobeerd om je de belangrijkste onderdelen van de pensioenhervorming uit te leggen. Als je graag nog wat meer hierover wilt lezen, klik dan hier.

SGP-jongeren is een groot voorstander van deze pensioenhervorming,omdat het nieuwe stelsel eerlijker is voor alle generaties. Gepensioneerden kunnen eerder profiteren van het rendement dat een pensioenfonds behaalt. En door het creëren van persoonlijke pensioenpotjes wordt er veel minder geld herverdeeld onder de motorkap van een pensioenfonds. Omdat het in het nieuwe stelsel nog belangrijker is om vroeg te beginnen met het betalen van pensioenpremie vindt SGP-jongeren dat de positie van jongeren nog verder verbeterd moet worden.Want een goed pensioenstelsel pakt eerlijk uit voor alle generaties. Goed voor nu én later!