Tijd voor de boer: vereenvoudiging fosfaatregels

Mest is een ontzettend belangrijke grondstof. Mest bevat namelijk nutriënten die belangrijk zijn voor
de groei van planten. Als een boer zijn akkers dus niet (voldoende) mag bemesten, raakt de bodem
uitgeput en kan er niets meer groeien. De belangrijkste nutriënten in mest zijn fosfaat, stikstof en
kali.
Gebruiksnormen
Als er echter te veel mest op het land wordt uitgereden (d.w.z. meer dan de bodem en de planten nodig hebben), dan komt de fosfaat in het grondwater terecht, wat slecht is voor de waterkwaliteit.
Daarom heeft de overheid gebruiksnormen opgesteld waarmee de hoeveelheid fosfaat en stikstof (en daarmee de hoeveelheid mest) wordt beperkt.
 
Fosfaatbehoefte
De gebruiksnorm voor stikstof is afhankelijk van de hoeveelheid stikstof de het gewas nodig heeft. De gebruiksnorm voor fosfaat is echter alleen gericht op de fosfaattoestand van de bodem en niet van de fosfaatbehoefte van een gewas. Dit levert grote problemen op voor landbouwers. Waarom?
Zoals hierboven is uitgelegd, hebben planten fosfaat nodig om te kunnen groeien. Daarvoor neemt de plant fosfaat op uit de bodem, wat dan opgeslagen wordt in de plant. Met het oogsten van de gewassen wordt ook fosfaat afgevoerd. Om het fosfaatgehalte in de grond (en daarmee de bodemvruchtbaarheid) op peil te houden, moet er dus evenveel fosfaat aangevoerd worden via mest als er afgevoerd wordt door de oogst.
 
Verschil per gewas
Echter, de bij de oogst afgevoerde hoeveelheid fosfaat verschilt sterk per gewas. Zo is de fosfaatafvoer van één hectare rogge slechts 29,2 kilogram, terwijl één hectare wintertarwe 70,6 kilogram fosfaat afvoert. (CBAV, 2017) Het is dus belangrijk dat een boer de hoeveelheid fosfaat die door middel van mest aan het land wordt toegediend, kan afstemmen op de afvoer door het gewas.
Door de huidige gebruiksnormen is dit echter niet mogelijk, en de overige regelgeving en administratieve rompslomp die de Nederlandse regering en Brussel opleggen maken het er ook bepaald niet makkelijk op.
Kortom, het fosfaatbeleid moet gericht zijn op het waarborgen van de waterkwaliteit. Het huidige beleid doet dit echter niet efficiënt, met tenminste drie negatieve gevolgen. Ten eerste is het voor boeren erg lastig om gewassen met een hoge fosfaatafvoer, zoals wintertarwe, te verbouwen; wat hen belemmerd in hun bedrijfsvoering. Ten tweede gaat de bodemvruchtbaarheid achteruit, omdat
boeren niet voldoende mest mogen toedienen. Tot slot neemt het gebruik van kunstmest toe, wat onwenselijk is, omdat organische mest op lange termijn beter is voor de bodem.
 
De SGP-jongeren vindt dat…
… het fosfaat- & stikstofbeleid ten doel moet hebben de bodem- en waterkwaliteit zowel op korte als op lange termijn te waarborgen.
… Europa dit doel vast moet leggen in een Europese richtlijn, maar landen vrij moet laten in de manier waarop ze dit doel halen.
… de overheid een overvloed aan regelgeving en administratieve rompslomp voor boeren moet vermijden.
… de fosfaatgebruiksnormen zowel van de bodemtoestand als van de fosfaatafvoer van het gewas afhankelijk moet worden.
… er daarnaast ruimte moet zijn voor een reparatiebemesting als de fosfaattoestand van de bodem aan de lage kant is.
… er daarnaast bij een goede oogst ruimte moet zijn voor extra bemesting, omdat er dan ook meer fosfaat wordt afgevoerd; deze extra bemestingsruimte moet eenvoudiger verkrijgbaar worden dan nu het geval.
… het overtreden van zowel nationale als internationale mest- en fosfaatregelgeving de bodem- en waterkwaliteit in gevaar brengt en daarom streng bestraft moet blijven worden.
… extra fosfaatruimte uitsluitend aan organische meststoffen gegeven moet worden omdat organische mest beter is voor de bodem dan kunstmest.
 
CBAV. (2017, Februari). Handboek Bodem en Bemesting. Opgehaald van http://www.handboekbodemenbemesting.nl/nl/handboekbodemenbemesting/Handeling/Bemesting/Mineralengehalten-in-geoogst-product.htm

Geschreven door Pieter Meijers

Lid commissie Duurzame Ontwikkeling en Landbouw. Meer artikelen van Pieter Meijers:



Blog comments powered by Disqus