Het klimaatakkoord van Parijs: een goede stap? (3/5)

Vandaag het derde deel in de statementserie over het klimaatakkoord van Parijs. In deze serie statements gaan de commissies Internationaal en Duurzame Ontwikkeling en Landbouw (DOL) in op de vraag hoe SGP-jongeren tegenover internationale klimaatakkoorden staat, met daarbij het akkoord van Parijs als uitgangspunt. Na een inleidend statement en een statement waarin de positieve punten van het Parijsakkoord worden uiteengezet, volgt nu een derde statement met punten waarop het akkoord verbeterd kan worden

Rechtskracht

De Nederlandse inzet in de onderhandelingen die het akkoord voorafgingen, was een juridisch bindend akkoord. Op die manier kan men landen dwingen om zich aan de afspraak te houden. De voorganger van het Parijsakkoord, het Kyoto-protocol, was wel juridisch bindend en had ook ‘straffen’ staan op niet-naleving. Een land mocht bijvoorbeeld geen emissierechten meer kopen en verkopen. Het Parijsakkoord heeft echter geen juridische binding, en vertrouwt op het principe van ‘naming- and-shaming’. De vraag is hoe effectief dat systeem is, zeker nu de VS de intentie om uit het akkoord te treden (de eerstvolgende mogelijkheid tot uittreding is echter pas in 2020) hebben uitgesproken. Dit zou andere landen een excuus kunnen geven om zich niet aan de afspraken te houden.

 

Oneerlijke concurrentie

Artikel 4 van het akkoord bepaalt dat er zo snel mogelijk een piek moet komen in de uitstoot van broeikasgassen, terwijl het direct ruimte laat voor ontwikkelingslanden om die piek later te bereiken. Onder die ontwikkelingslanden valt ook China, dat op dit moment aan een economische opmars bezig en de grootste vervuiler van de wereld is. Hetzelfde kan gezegd worden van bijvoorbeeld India. Deze ongelijkheid kan leiden tot oneerlijke concurrentie voor deze landen.

 

Praktische uitvoering

De Verenigde Naties publiceerden in aanloop van de klimaatconferentie in Bonn, die duurde van 6 tot 17 november, het Emissions Gap Report. Hierin werden de beloften van de landen (zogenaamde Nationally Determined Contributions, of NDC’s) geëvalueerd. De conclusie was niet bijzonder rooskleurig; deze beloften bereiken slechts een derde van de CO2-reductie die nodig is om de uitstoot voldoende terug te hebben gedrongen in 2030. Dit betekent dat er nog veel meer gedaan zal moeten worden om de stijging van de wereldtemperatuur onder de 2 graden Celsius te houden, laat staan op het geambieerde niveau van 1.5 graden. Nu blijkt dat de beloften die landen vrijwillig hebben gedaan niet genoeg zullen zijn, zullen landen weer naar elkaar gaan kijken. De EU als geheel heeft als doel om in 2030 de uitstoot met 40 procent terug te hebben gedrongen ten opzichte van 1990, Nederland is ambiteuzer en gaat voor een reductie van 49 procent. Maar er komt een moment dat de rek daar ook uit is. Dan zal gehoopt moeten worden op de goede wil van andere landen

Kortom, het Parijsakkoord is een stap in de goede richting, maar het is zeker niet ideaal en het is onzeker of het zal gaan leiden tot verwezenlijking van de beoogde doelen.

 

 

(Afbeelding Edward Kimmel)

Geschreven door Friso Oostenbrink

Lid commissie Duurzame Ontwikkeling en Landbouw. Meer artikelen van Friso Oostenbrink:



Blog comments powered by Disqus