Reanimatie en orgaandonatie: schijnbare maakbaarheid in onze samenleving!

Moeilijke vragen
Vroeger werden de mensen niet heel oud. Anno nu, 150 jaar later, is de levensverwachting ongeveer verdubbeld. Mannen worden nu gemiddeld 78 jaar, vrouwen zelfs 83. Hier zijn een aantal redenen voor aan te dragen. Het medische kunnen is namelijk tot grote hoogte gestegen. Het sterven wordt steeds langer uitgesteld. Maar… mensen zijn tegenwoordig steeds vaker chronisch ziek. Dat brengt moeilijke vragen met zich mee. Mag alles wat kan? Wanneer is medisch handelen zinloos?

Reanimatie
Er bestaat een mogelijkheid om het sterven uit te stellen en het leven te rekken. Dit noemen we reanimatie: het kunstmatig overnemen van de ademhaling en de bloedsomloop. Deze ontwikkeling stemt tot dankbaarheid. Toch schuilt er een gevaar in, want de gedachte zou kunnen ontstaan dat alles maakbaar en beheersbaar is. Dan wordt reanimatie een handeling waarmee de dood beheersbaar wordt. Het is verleidelijk om te denken dat de mens autonoom is.

Er komt een punt dat we ontzag moeten hebben voor de majesteit van de dood. We mogen dus niet altijd reanimeren. Bij het overgrote deel van de patiënten leidt een reanimatie tot blijvende vragen en dus ethische vragen. Bij welke personen moeten we wel, welke niet reanimeren? De omstandigheden van de desbetreffende persoon zijn daarbij belangrijk. Daarbij moet gelet worden op de vitaliteit, niet op de leeftijd. Een paar randvoorwaarden worden daarbij aangemerkt. De patiënt moet het voordeel van de handeling ervaren. Anders is deze handeling niet medisch zinvol en dus zinloos. Het gaat over leven én welzijn. Het lijden mag niet verzwaard worden. Dus: niet altijd doorbehandelen, maar soms eerbied voor en acceptatie van de dood.

Orgaandonatie
Donatie betekent een vrijwillige gift. Iemand kan zijn organen afstaan aan de patiënt die deze mist of waar ze niet meer volledig functioneren. Hoe moeten we hiermee omgaan? De Bijbel geeft namelijk niet op alle vragen direct een antwoord. Wel mogen we een aantal lijnen en gedachten overnemen.

Het argument van naastenliefde wordt vaak genoemd. Naastenliefde is een Bijbelse opdracht, desnoods met inzet van eigen leven. Enerzijds is dit een juist argument: Uit bewogenheid wordt aan de zieke een liefdevolle dienst bewezen. Toch zijn daar vier kanttekeningen bij te maken:

-  Naastenliefde is een schuldige plicht. Er is geen ruimte voor een persoonlijke keuze. Is orgaandonatie een schuldige plicht?
-  Als iemand donor wordt, is hij dood. Kan een dode naastenliefde betrachten?
-  Zou orgaandonatie niet meer naastenliefde zijn van de betrokkenen – zij kunnen immers geen afscheid nemen van de dode (voor het wegnemen van de organen is het lichaam door de beademing schijnbaar levend)?
- Als wij werkelijk naastenliefde betrachten, dan zouden wij toch tijdens ons leven onze nier ter beschikking moeten stellen? Waarom dat dan niet?

In het donorformulier wordt gevraagd om een keuze. Ook het argument van wederkerigheid wordt regelmatig gebruikt: “Zou u zelf een orgaan willen ontvangen”? Het kan lastig zijn om die vraag te beantwoorden. Is dat dan geen keuze op basis van eigenliefde? Dat kan niet de bedoeling zijn. God vraagt afhankelijkheid in alles. Onszelf bedoelen is zonde. Uit angst voor de dood niet willen nadenken over het levenseinde is ook zonde. Dan verzaken we onze plicht. Onze overheid geeft ons huiswerk.

Lichaam én ziel
We moeten niet alleen zorg dragen voor ons lichaam. Er zijn genoeg ethische dilemma’s bij het leven. Maar veel belangrijker is: onze ziel moet geborgen zijn! De Heidelbergse Catechismus zegt het: “dat ik met lichaam én ziel, beide in het leven en sterven, niet mijn, maar mijns getrouwen Zaligmakers Jezus Christus eigen ben.” Hetzij dat wij leven, hetzij dat wij sterven, wij zijn des HEEREN!

Wat je kiest is goed, maar hoe je kiest, dat is de vraag!

Arie Rijneveld schreef dit verslag. Deel I (over medische ethiek in de beginfase van het leven) vindt u hier.


Blog comments powered by Disqus