Groen zien of rood aanlopen?

Het kan nog erger. Niet alleen ‘groen zien’ of  ‘rood aanlopen’; de ecologische stroming blijkt een bonte mengeling te zijn van groen, rood, blauw, oranje en zelfs wat bruin of zwart. Voor wie door de bomen het bos niet meer ziet, bood prof. Wissenburg een heldere inkijk in de wereld van het ecologisme. 

Prof. dr. M.L.J. Wissenburg is een deskundige op dit terrein. Al bij zijn promotie speelde duurzaamheid en aandacht voor natuur en milieu een belangrijke rol, evenals in zijn latere publicaties. Politiek gezien is hij het meest verbonden met de VVD. Dit bewijst gelijk zijn eerste voorbehoud bij het bespreken van ecologisme als aparte politieke stroming. ‘Er is veel groen denken in andere politieke stromingen, wat het ecologisme niet direct tot een aparte stroming maakt.’

Er zijn binnen het ecologisme drie stromingen te onderscheiden, die elk zo hun eigen kenmerken hebben. Als eerste is dat het ‘environmentalism’, een stroming waarin het begrip duurzaamheid centraal staat. Als tweede zijn dat de ‘dierenpartijen’ en de derde groep wordt gevormd door het puur en onverdund ‘ecologism’. Dat onderscheid is belangrijk, benadrukt Wissenburg. ‘Environmentalism ziet de natuur als gebruiksvoorwerp. De mens is de bron van alle waarde, daaraan wordt de waarde van de natuur afgemeten. Je zou het ook antropocentrisme kunnen noemen. Dit kan leiden tot ondoordacht gebruik maken van de natuur, waardoor we nu tegen eindigheid van de natuurlijke bronnen aanlopen.’

Deze eindigheid is al lang onderwerp van debat. De Club van Rome maakte een fout door uit te gaan van de voorraden die toen bekend waren, zonder rekening te houden met het ontdekken van nieuwe voorraden. Maar grondtoon van hun pleidooi blijft: de aarde is eindig en daar moeten we mee dealen. Er kwam meer bezinning op het consumeren, wat leidde tot het concept van de ecological footprint. Daarmee wil men berekenen wat we gebruiken en of de natuur dat kan reproduceren.  

Deze bewustwording kan leiden tot een tweetal resultaten, die Wissenburg omschrijft als sustainable growth (voldoen aan onze noden, zonder de toekomstige generaties daarop te korten) en rentmeesterschap (natuur staat in onze dienst maar enig respect is passend; de mens is geen bezitter maar beheerder). Belangrijk onderscheid tussen deze twee is dat rentmeesterschap een erkenning met zich meebrengt van de natuur als ander leven. De natuur wordt niet als gebruiksvoorwerp gezien en daarom ook met respect behandeld. En deze gedachte niet beperkt tot christelijke kring!

Tegenover het environmentalisme plaatst Wissenburg het ecologism. Antropocentrisme maakt plaats voor ecocentrisme. Het ecosysteem staan centraal; ook wij mensen moeten leven in evenwicht met dit ecosysteem en ons daaraan aanpassen. De gemeenschap gaat daarbij voor het individu. Deze stroming benadrukt sterk de ecologische in plaats van economische duurzaamheid.

Om de twee leidende principes met elkaar te verzoenen worden in de politiek allerlei tussenposities ingenomen: zoöcentrisme, pathocentrisme, biocentrisme enz. Na deze indeling gaat prof. Wissenburg uitgebreid in op de oplossingen die vanuit de verschillende stromingen worden aangedragen om ‘groene politiek’ te bedrijven en op te komen voor het milieu.

Na deze uitgebreide inleiding leidt Jan Schippers van het Wetenschappelijk Instituut de discussie over ‘groene politiek’. Ecologisch gedachtegoed krijgt zo wat praktische handen en voeten, zeker als het gaat over de rol van SGP in het duurzaamheidsdebat. Daarnaast is er voor ieder persoonlijk nog wel winst te behalen: we blijken allemaal vatbaar voor een (te eenzijdige) economische benadering van de dilemma’s die spelen. Of, zoals F.A. Schaeffer het verwoordde: ‘We mogen de aarde slechts beheren als iets wat we in goed vertrouwen in bruikleen ontvangen hebben en dat we dienen te gebruiken in het besef dat het ten diepste ons niet toebehoort.’

Wat mij betreft hebben we daarmee huiswerk genoeg. 


Blog comments powered by Disqus