Lodewijk Asscher: Sociaal democraat voor het leven

Door Mathilde van Meeuwen

De in 1974 geboren Amsterdammer is afkomstig uit een Joodse familie van juristen en diamantairs. Over zijn binding met het Joodse geloof is As- scher kort en zakelijk: “Mijn achtergrond maakt deel uit van mijn identiteit, maar uit zich niet in een dagelijkse geloofsuit- oefening.” Zijn passie komt voort uit het idee van de PvdA dat de wereld nooit af is en dat je daarom moet blijven strijden. “Sinds het allereerste begin, toen ik in 2002 raadslid in Amsterdam ben gewor- den, was dat mijn drijfveer. Iets beteke- nen voor je stad, of voor je land. Politiek is soms heel abstract, maar uiteindelijk doet het ertoe. Het maakt wat uit welke keuzes je maakt.” Minister Asscher voelt zich sociaaldemocraat voor het leven. “Het optimisme en de ambitie van de sociaaldemocratie spreekt me aan. Ik werkte eerst in de wetenschap en vond dat fascinerend, maar wilde ook iets an- ders. Naar buiten. Ik realiseerde me dat mijn proefschrift waarschijnlijk door der- tig collega’s gelezen zou worden, terwijl ik iets wilde bijdragen aan hoe het in de stad ging. Nee, de wereld is nooit af, ie- der mens kan het verschil maken in het dagelijks leven van mensen. Zolang we blijven strijden.”
 
Strijden tegen mensen- handel en prostitutie
Tijdens de laatste SGP-jongerendag kreeg Lodewijk Asscher de Oranje Bo- venprijs uitgereikt, omdat hij de strijd aanging tegen vrouwenhandel en ge- dwongen prostitutie. Hij suggereerde toen zelfs dat we in Nederland misschien het Zweedse model moeten invoeren, waarbij niet de prostituee, maar de man die haar misbruikt, strafbaar wordt ge- steld. Wat is de huidige visie van de minister op de aanpak van de Wallen? “Aan het Zweedse model zitten grote voordelen maar ook hele forse nadelen. Het uiteindelijke doel dat ik voor ogen heb is dat we tot een Nederlandse aan- pak komen waarmee we de uitbuiting, en soms zelfs gewoonweg moderne slaver- nij, kunnen uitbannen.” En wie is daar nu verantwoordelijk voor op de Wallen? “Eberhard van der Laan, die het project nu trekt, probeert dat op alle mogelijke manieren en met maximale creativiteit. Vanuit Den Haag moeten we ook al het mogelijke doen. Daarom ben ik blij dat 
Lodewijk Asscher, minister van Sociale Zaken en Werk- gelegenheid en tevens viceminister-president. Dat is hoe  Nederland hem kent. Hoe minister Asscher zichzelf om- schrijft? “Als iemand die altijd strijdt tegen onrecht. Daar kan ik dan best ongeduldig in zijn. Vanuit mijn huidige functie zie ik dat de arbeidsmarkt nog niet rechtvaardig functioneert. Daarom wil ik strijden tegen de tweedeling op de arbeidsmarkt, zodat iedereen een gelijke kans heeft en ieders talenten worden benut. Dat we jongeren opleiden voor een baan, in plaats van voor werkloosheid. Dat werk- gevers echt gaan investeren in hun werknemers. 
 
Personalia: voornaam: lodewijk Frans (lodewijk)  Geboorteplaats en -datum: amsterdam,  27 september 1974  Woonplaats: amsterdam  Burgerlijke staat: Gehuwd, drie kinderen
Opleiding 1992: Gymnasium Sorghvliet, Den Haag  1995: Psychologie (propedeuse),  universiteit van amsterdam  1998: nederlands recht, universiteit van amsterdam 2002: Promotie rechtsgeleerdheid (Communicatie- grondrechten) aan de universiteit van amsterdam 
Politieke functies 2002-2006, 2010: lid gemeenteraad van amsterdam 2004-2006: Fractievoorzitter Pvda van amsterdam 2006-2012: wethouder Pvda in amsterdam 2010: waarnemend burgemeester van amsterdam 2012- heden: vicepremier 2012- heden: minister van Sociale zaken en werkgelegenheid de aanpak van mensenhandel een pri- oriteit is in het Regeerakkoord en dat de verantwoordelijke minister Opstel- ten daar krachtig mee bezig is.” Heeft hij zelf ook nog invloed op het prosti- tutiebeleid nu hij minister is? “Als mi- nister ben ik er verantwoordelijk voor dat de sociale positie van prostituees wordt versterkt en dat prostituees en hulpverleners voorlichting krijgen over werken in de prostitutie. In het kabinet spreken we er met elkaar geregeld over en Ivo weet dat hij aan mij een partner heeft in de strijd tegen die misstanden.” 
 
Het verschil maken
Asscher begon in 2002 als raadslid in de Amsterdamse raad, maar sindsdien heeft hij al een carrière als fractievoor- zitter, wethouder en waarnemend bur- gemeester van onze hoofdstad achter de rug. Sinds november 2012 is Lodewijk Asscher minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en vicepremier in kabi- net Rutte-II. Is de volgende stap minis- ter-president? “Mijn ambitie zit in de ver- andering die ik wil bereiken, niet zozeer in een loopbaan als politicus. Ik wil er- voor zorgen dat we de arbeidsmarkt eer- lijker maken, met een betere verdeling tussen flexwerkers en mensen met een vast contract. Dat we de overheidsfinan- ciën op orde brengen. Dat we mensen in staat stellen om meer grip op hun leven te krijgen door een betere verdeling tus- sen arbeid en zorg mogelijk te maken. Uiteindelijk is dat het belangrijkste.”
 
De samenwerking binnen het huidige ka- binet verloopt prima, aldus Asscher. “Zo- wel de PvdA als de VVD hebben hele goe- de mensen afgevaardigd die met elkaar nadenken over hoe we Nederland sterker kunnen maken. Het voelt bevoorrecht om daar deel van uit te maken.” Asscher heeft het goed naar zijn zin als minister, zeker omdat hij in zijn rol veel voor mensen kan betekenen. “Dat vind ik het mooie van de landelijke politiek. Je kunt voor heel veel mensen het verschil maken. Uiteraard probeer je dat altijd in positieve zin te doen. Soms zit het in de kleine, dagelijkse besluiten.” Een voorbeeld hiervan weet Asscher snel te noemen. “Eén van mijn eerste besluiten was om het minimum- loon voor postbezorgers in te voeren. Dat klinkt als iets kleins, maar kan een heel  groot verschil maken in het dagelijks leven van die mensen.”
 
Werkloosheid
Als minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is Lodewijk Asscher uiteraard ook verantwoordelijk voor de werkloosheid. De verwachting is dat de werkloosheid dit jaar stijgt naar bijna 8% van de beroepsbevolking. Dit zal betekenen dat er in december 90.000 meer werklozen zullen zijn dan aan het begin van dit jaar. Dat zijn harde feiten. Een zware verant- woordelijkheid voor de minister, en dat voelt hij ook. “Als ik wakker lig, dan is dat over de werkloosheid. Mijn belangrijkste probleem. Werk zorgt voor brood op de plank, maar is meer dan dat. Het geeft eigenwaarde, een doel in je leven. En verlies van je baan kan een gezin ontwrichten. De consequenties zijn groot en soms nauwelijks te overzien. Helaas heeft niemand een magische toverstok om de werkloosheid weg te toveren. Het kabinet dus ook niet. Wat we moeten doen, en daar zijn we iedere dag mee bezig, is allereerst de economie op orde te krijgen. We hebben te maken met een langdurige crisis en die is het gevolg van de enorme schuldenberg die we in Europa en ons land hebben. Dat kost tijd om op te lossen.” 
 
Zijn er oplossingen voor het werkloos- heidsprobleem?
“Jazeker, we moeten nooit bij de pakken neer gaan zitten. Altijd blijven strijden, zoals ik eerder zei. We moeten alles uit de kast halen om werk te behouden en waar mo- gelijk banen te creëren.” Dat klinkt optimistisch. “Ik heb ook goede hoop, want er gebeurt inmiddels heel veel. Zomaar een paar voorbeelden: een energieakkoord dat duizenden banen gaat opleveren in de bouwsector. 35 arbeidsmarktregio’s hebben plannen ingediend om de jeugdwerkloosheid aan te pakken. Uitzendbureau Rand- stad heeft toegezegd met een bustour 10.000 jongeren aan de slag te hel- pen. Met sociale partners hebben we afgesproken 1,2 miljard euro te ste- ken in zogenaamde sectorplannen om bijvoorbeeld in de bouw- of transport- sector werkgelegenheid te behouden. UWV zet extra in op begeleiding van ouderen. Kortom, ik merk dat er op heel veel plekken energie vrij komt om de werkloosheid te bestrijden. Dat is ook wat ik in het hele land wil stimuleren: niet somberen, maar aan- pakken!” 
 

Blog comments powered by Disqus