Gert-Jan Segers : Islam, bedreiging voor wereldvrede?

U heeft een aantal jaren in Egypte gewerkt. Wat is de invloed van de islam op het dagelijkse leven daar?
“Die invloed is heel groot. Het ritme van de week wordt erdoor bepaald. De vrijdag staat centraal in plaats van de zondag bij ons. Elke dag wordt vijfmaal opgeroepen tot gebed, en wordt de ge- loofsbelijdenis verkondigd vanaf de tal- rijk aanwezige moskeeën. Verder is het taalgebruik erdoor beïnvloed. Veel uit- drukkingen zijn gerelateerd aan de is- lam, zoals “zo God het wil” of “moge God je zegenen”. Midden op straat bidden is een ander typisch fenomeen dat aan te treffen is in een Egyptische straat.”
 
Wat is uw visie op de samenhang tussen landen met islamitische 
meerderheden en christenvervol- ging?
“Die samenhang is één op één. In de praktijk is de mate van tolerantie om- gekeerd evenredig met het percentage moslims in een land [hoe meer moslims, hoe minder tolerantie, red.]. Als voor- beeld Egypte. Op de ID kaart staat de religie van een persoon. Het is wel mo- gelijk om die van christelijk naar islamitisch te wijzigen, maar andersom is dat onmogelijk. In het zuiden van Egypte zijn de spanningen tussen christenen en moslims groter, omdat de aanwezigheid van christenen zichtbaarder is: er wonen relatief meer christenen. Het aandeel radicale moslims is ook hoger. Een christen wordt in Egypte vaak behandeld als tweederangsburger: een studie volgen of carrière maken is moeilijk. Als een docent bijvoorbeeld een christelijke naam ziet, is de kans levensgroot dat het cijfer alleen daardoor lager zal uitvallen.Het wordt echt spannend bij burenruzies tussen christenen en moslims. Die ru- zie verwordt direct tot een strijd tussen christendom en islam, waarbij de chris- tenen als minderheid het onderspit del- ven. In de jaren ’90 was er een terreurbe- weging die gericht kerken aanviel, zoals ook de laatste weken veelvuldig plaats- vindt. Er is een onderhuids wantrouwen van moslims tegenover christenen, dat in golven tot uiting komt. Levensgevaarlijk wordt het wanneer een moslim zich bekeert tot het christen- dom. In Caïro is dit relatief het makke- lijkst, omdat de sociale controle minder is, maar dit is ondenkbaar in het zuiden, zonder dat de bekeerling onderduikt of vlucht. Het aantal bekeerlingen stijgt trouwens, mede door de beschikbaar- heid van de Bijbel en internet, Egyptena- ren die visioenen krijgen en de buitenge- woon heftige geweldsgolf van de laatste tijd. En juist dit zorgt weer voor meer ir- ritaties aan de kant van de moslims.” 
 
Kunt u een voorbeeld geven van een islamitisch land waar christe- nen in de praktijk dezelfde rechten genieten als moslims?
“Sommige delen van Indonesië zijn mis- schien zodanig dat de rechten van chris- tenen gelijk zijn aan die van moslims. Hoewel dat zeker voor andere delen van het land niet geldt. Een voorbeeld van een islamitisch land waar christenen vol- ledige rechten genieten, kan ik dus niet geven. Als lakmoesproef voor vrijheid geldt hoe het met de godsdienstvrijheid staat. Heel duidelijk is het, dat er nooit volledige vrijheid is voor een moslim om zich te bekeren tot het christendom. “ 
 
Wat is uw mening over de huwe- lijksmigratie [bruid wordt door ‘nieuwe’ Nederlanders uit hun land van herkomst gehaald] door Nederlandse moslims?
“Dat is een ingewikkelde vraag. Ener- zijds is het helder dat het niet bevor- derlijk is voor de integratie wanneer we telkens nieuwe mensen laten komen die onze taal niet machtig zijn, en op grote afstand staan tot cultuur. Anderzijds is 
de vrijheid om te trouwen met wie je wilt een groot goed. De huidige beperkingen zijn wat mij betreft dus op hun plaats: de inburgering moet al grotendeels plaats vinden in het land van herkomst. Vooral onze invulling van godsdienstvrijheid moet daarbij voor het voetlicht gebracht worden.”
 
Doet de CU iets om de positie van de vrouw binnen de islam te ver- beteren, zowel in Nederland als in het buitenland? Zo ja, wat?
“Ja. In z’n algemeenheid steunen we de acties tegen discriminatie en huiselijk geweld, en inspanningen om mogelijk- heden te scheppen voor studie en werk voor deze vrouwen. Een concreet voor- beeld is dat we bij minister Timmermans van Buitenlandse Zaken aangedrongen hebben om nauw toezicht te houden op de plaats van godsdienstvrijheid en de positie van de vrouw in de Egyptische grondwet. Ook willen we een cultureel debat ondersteunen, waarin we met moslims het gesprek aangaan over fun- damentele vrijheden. Grote vraag is wat de moslims in gedachten hebben wanneer ze in de meerderheid zullen zijn. Is dan de godsdienstvrijheid nog van kracht zoals dat nu is? Of maakt men er alleen gebruik van zolang men in de minder- heid is en wordt het afgeschaft wanneer men in de meerderheid is?”
 
Stelling: de positie van de vrouw onder de Nederlandse moslims is, uitzonderingen daargelaten, bedroevend.
“Oneens. Als voorbeeld: juist veel jonge Marokkaanse meiden doen het heel goed in het onderwijs en in het vinden van een baan, terwijl we veel meer moeite hebben met de Marokkaanse jongens. Turken doen het gemiddeld nog beter. Wel zie ik dat voor de oudere generatie de situatie in veel gevallen bedroevend is. Verder is het opvallend dat juist een groep goed presterende moslimmeiden radicaliseert. Ze spreken vloeiend Ne- derlands, maar hun opvattingen staan verder van de onze dan van de eerste generatie moslims die naar Nederland kwamen. Het is dus duidelijk dat er een relatie be- staat tussen islam en integratie. Je komt er niet met de gedachte: we zorgen voor een huis, voor werk, voor opleiding, en dan volgt de rest vanzelf. Die gedachte was vroeger wijdverbreid, bijvoorbeeld in het beleid van oud-minister Ella Voge- laar. Uiteraard moet er vrijheid zijn voor eigen keuzes met betrekking tot werk en zorg thuis. Het is echter onacceptabel als de Nederlandse taal na 20 jaar nog steeds niet beheerst wordt.
Het probleem met Antillianen is een lo- kaal probleem, dat teruggevoerd kan worden tot enkele eilanden. Het pro- bleem met de Marokkanen en Turken is veel groter, omdat er een relatie is met de wereldwijde islam.” 
 

Blog comments powered by Disqus