Ruud Lubbers: “Het gaat om de samenleving”

Door Martin Holleman en Jan-Willem Kranendonk
Bijna dertig jaar geleden werd Ruud Lubbers premier van Nederland. Twaalf jaar lang regeerde hij met vaste hand politiek Den Haag en leidde hij het CDA naar drie grote verkiezingsoverwinningen op rij. Inmiddels heeft hij zich grotendeels teruggetrokken uit de politiek. Voor hem geen grote villa of veel luxe. Hij woont in een oud appartementencomplex aan de Maas. Toch volgt hij de politiek nog op de voet en heeft hij over veel kwesties een mening. Een gesprek over zijn katholieke achtergrond, de politiek vanaf de jaren ’80 en de economische crisis.

Het levensverhaal van Ruud Lubbers begint op 7 mei 1939, als hij als zesde in een gezin van negen kinderen geboren wordt. Als een rode draad door zijn leven loopt het katholieke geloof. Zijn ouders – vooral zijn moeder – voeden hem roomskatholiek op en de middelbare school die Lubbers bezoekt is een Jezuïeteninternaat. Tegen het zere been van de monniken in het internaat gaat hij economie studeren in Rotterdam. “Economie, dat was toch het slijk der aarde. Het ging immers over geld. Maar ik wilde graag alles leren en economie hadden de Jezuïeten mij niet geleerd…”

Tijdens zijn studententijd leeft er veel onvrede onder een groep ARP-stemmers, een voorloper van het huidige CDA. Lubbers, die zelf stemt op de KVP (de katholieke voorloper van het CDA), komt in contact met hen. Deze groep noemt zichzelf eerst de ‘Americaingroep’, naar de naam van het restaurant waar men samenkomt om te discussiëren over de toekomst van Nederland. Als deze groep zich afvraagt hoe ze zich écht wil noemen, heeft Lubbers wel een idee: “Laten we onszelf christenradicalen noemen”. Dit is typerend voor Lubbers en de rest van de groep: ze zitten immers vol progressieve idealen. Als de christenradicalen zich politiek willen gaan organiseren als de Politieke Partij Radicalen (PPR), besluit Lubbers toch de KVP trouw te blijven. “Omdat ik als een constante in mijn leven heb: je moet veranderen van binnenuit.”

Toch heeft Lubbers tot dusver geen echte politieke interesse. Op een vraag van een studievriend om actief te worden in de politiek, reageert hij verbaasd: “Ben je gek geworden? De samenleving is belangrijk, niet de politiek!”

Na zijn studententijd gaat hij - vanwege het overlijden van zijn vader - zijn broer Rob helpen bij het leidinggeven aan het familiebedrijf. Ook als ondernemer is Ruud Lubbers maatschappelijk betrokken.

Zo zit hij in het programmabestuur van de KRO en is hij lid van de Rijnmondraad, een raad die het milieu in Rotterdam wil verbeteren. Geheel onverwachts belt Frans Andriessen, fractievoorzitter van de KVP, of Lubbers minister van Economische Zaken wil worden. Dit komt als een volstrekte verrassing. Hij staat immers niet eens op kieslijst voor de Tweede Kamer. Desondanks grijpt Lubbers de uitdaging met beide handen aan. Daarmee was zijn politieke leven geboren. Hij heeft er overigens geen spijt van dat hij zonder ervaring minister werd. “Je kunt er voor kiezen om geleidelijk aan een politieke carrière te bouwen. Daar zijn veel voorbeelden van. Denk aan Vadertje Drees, die als wethouder begonnen is. Maar ik heb er grote voordelen van gezien dat ik in het bedrijfsleven begonnen ben.”

De omschakeling van ondernemer naar minister zonder politieke ervaring moet flink zijn geweest.
“Ik was bevoorrecht. Toen mensen vroegen of ik geen mediatraining moest hebben, heb ik er hard om moeten lachen. Die had ik voor mijn gevoel allang gehad door mijn werk als lid van de Programma Adviesraad van de KRO. Ik had als voordeel dat ik makkelijk met de media omging en in de Kamer ook makkelijk debatteerde. Dat lag mij wel.”

Minister-president
Na zijn ministerschap en vier jaar fractievoorzitterschap wordt Lubbers in 1982 minister-president. In diezelfde tijd nadert de Koude Oorlog haar hoogtepunt. Tijdens de nieuwe wapenwedloop geeft Lubbers toestemming om kernwapens te plaatsen in Nederland, terwijl hij tegenwoordig een fel tegenstander van kernwapens is.

Kunt u deze ‘draai’ verklaren?
“Jazeker. In het voorjaar van 1983 was ik bij de Amerikaanse president Reagan op bezoek. Ik leg hem uit dat we graag mee willen doen met de NAVO, maar dat kernwapens erg gevoelig liggen in Nederland. Tussendoor neemt Reagan mij apart en zegt: ‘Ruud, jij schijnt te denken dat ik die kernwapens wil plaatsen. Dat wil ik helemaal niet. Ik wil niet dat ze geplaatst worden, maar dan ook niet in Rusland. Ik ben begonnen als filmacteur, daarna werd ik vakbondsman van de filmacteurs. Ik heb geleerd in mijn leven: indien je iets wilt bereiken, let them sweat first. Ik vraag jou [Ruud – red.] het spel mee te spelen en de communisten eerst te laten zweten. Dan moeten we hen overtuigen van 0-0.’ Dat is precies gebeurd.”

Wij hebben in Nederland dus geen kernwapens gehad?
“Nee. Ik herinner me nog dat ik de Russische president Gorbatsjov liet weten dat ik een positief plaatsingsbesluit moest nemen. Daarbij meldde ik hem ook dat de reden van dit plaatsingsbesluit door hemzelf was veroorzaakt. Gorbatsjov slaagde er namelijk niet in het aantal Russische kernraketten terug te dringen. Hij berichtte terug: ‘Dat begrijp ik. Ik kan niet anders dan je in de publiciteit ernstig bekritiseren over jouw besluit dit te doen, maar ik ga door en ik denk binnen een jaar een akkoord te hebben met Reagan. Daarom raad ik [Gorbatsjov – red.] je aan een beetje achterin de rij te gaan staan, want dan zullen die kernwapens in Nederland nooit geplaatst worden.”

U heeft in totaal drie kabinetten geleid. Kunt u in het kort vertellen wat de verdiensten van deze kabinetten zijn geweest?
“Lubbers-I kenmerkte zich door te zeggen: wat moet gebeuren, gebeurt. Er moest veel bezuinigd worden. We luisterden niet naar wat mensen zeiden, maar deden gewoon wat nodig was. Bovendien hebben we toen dus ook het kernwapenprobleem op kunnen lossen.

Lubbers-II is ook ongelofelijk belangrijk geweest. Deels omdat het af heeft kunnen maken waar we aan begonnen waren met Lubbers-I. Daarnaast hebben we het zogeheten milieu/natuurbeleidsplan kunnen ontwerpen. Daar is dan weliswaar het kabinet op gevallen, maar het was ontzettend goed. In mijn tijd was dat overigens iets heel christenliberaals, milieubeleid…

Toen kregen we Lubbers-III. Na Lubbers-I en II hebben we het karwei letterlijk af kunnen maken. Dit deden we door constant te hameren op het feit dat mensen hun eigen boterham moeten verdienen. Ik riep steeds: ‘Nederland is ziek!’ We hebben Nederland teruggebracht van een verzorgingsstaat naar een verantwoorde samenleving. Alle drie de kabinetten hebben dus hun eigen verdiensten gehad!”

Jan-Peter Balkenende
Na het kabinet Lubbers-III lijdt het CDA een groot verlies en verdwijnt het voor het eerst naar de oppositiebankjes. Twee paarse kabinetten volgen. Hoewel het eerste kabinet volgens Lubbers “veel bereikt”, is bij het tweede kabinet “de vaart er uit.” Aan het einde van het tweede paarse kabinet komt bovendien Pim Fortuyn op, die gehakt maakt van regeringspartijen PvdA, VVD en D66. De enige partij die geen schade lijdt van de opkomst van Fortuyn is het CDA. Aan de hand van Jan-Peter Balkenende, die in totaal vier maal premier wordt, wint de partij onverwachts de verkiezingen van 2002. Lubbers oordeelt positief over het optreden van Balkenende: “Hij kreeg in hoge mate ‘genade van staat’. Als je ergens voor gevraagd wordt, moet je niet bang zijn om dan te doen, want dan krijg je als het ware hulp van hogerhand. Dat noemen wij katholieken ‘genade van staat.’ Hij deed het goed, het ene kabinet na het andere.”

Maar toch leed het CDA onder Balkenende twintig zetels verlies in 2010. Hoe verklaart u dat?
“Dat lag aan twee dingen. Ten eerste had hij er moeite mee om een agenda voor de toekomst te ontwikkelen. Balkenende was goed om een economische agenda voor vandaag op te zetten, maar hij kon geen agenda voor de toekomst bepalen, met duurzaamheid en met diversiteit. Ik zei tegen hem: ‘Jan-Peter, we moeten de vrees voorbij.’ ‘Ja’, zei hij dan, ‘maar we moeten ook voorzichtig zijn, want de achterban is er verdeeld over.’ Maar dat is juist leiding nemen. Een richting bepalen en mensen zo ver krijgen dat ze zich aangesproken voelen!

» Het rapport van de Commissie-Davids was natuurlijk beïnvloed door linkse mensen. «

Daarnaast heeft hij natuurlijk bijzonder veel pech gehad met het rapport van de Commissie-Davids over de oorlog in Irak. Balkenende had er voor moeten kiezen om te zeggen: ‘Ik ging af op de berichten van Amerikaanse inlichtingendiensten dat er kernwapens in Irak waren. Zij bleken echter fout te zitten, dus ik heb dat ook fout gezien.’ Daar verlies je niets mee. Dat heeft hij echter niet gedaan. Maar het rapport van de Commissie-Davids was natuurlijk beïnvloed door linkse mensen. Zij gunden de PvdA met terugwerkende kracht dat zij inzagen dat er geen oorlog in Irak nodig was, terwijl dat absoluut niet de realiteit en een waarachtige weergave van de geschiedenis is. Ik ben er overigens van overtuigd dat Nederland een heel verstandige koers heeft gevaren, door de NAVO te steunen en tegelijkertijd er niet met troepen heen te gaan.”

Had Balkenende na zijn vierde kabinet niet moeten zeggen: ik heb vier kabinetten geleid, het is tijd voor een ander?
“Dat heeft hij gedaan. Hij heeft geprobeerd Camiel Eurlings als lijsttrekker naar voren te schuiven, maar die wilde niet om privéredenen. Daarna was het te laat en moest Balkenende doorgaan als lijsttrekker. Zo liep het voor een goede premier tragisch af."

Kabinet Rutte-I
Bij de verkiezingen verliest het CDA, zoals gezegd, twintig zetels. Toch komt de partij al snel in beeld om samen met de VVD en de PVV te onderhandelen over het vormen van een kabinet. De informateur die de eerste besprekingen op touw zet is Ruud Lubbers. Aanvankelijk is hij voorstander van het kabinet, mits de hele partij achter de samenwerking met de PVV staat. “Er moesten mijns inziens drie mensen in ieder geval plaatsnemen in het kabinet. Maxime Verhagen, als vice-premier en minister van Economische Zaken en Landbouw. Dat is gelukt. Een briljante jongeman, Jan Kees de Jager, moest minister van Financiën worden. Ook dat is gelukt. Daarnaast hadden wij een hele sterke minister van Justitie, Ernst Hirch Ballin. Hij moest eveneens weer plaatsnemen in het kabinet. Dat lukte helaas niet.”

Omdat Hirsch Ballin en Ab Klink, een ander kopstuk van het CDA, niet met de PVV samen willen werken, verandert hij van mening. “Er was een risico dat er ellende zou komen van het afhaken van Klink en Hirsch Ballin. Voor het kabinet, want dat zou zonder hun kritische geluiden minder goed zijn. Maar het zou ook ellende opleveren voor het CDA, omdat de partij verscheurd zou worden.”

Het Kabinet-Rutte is inmiddels een jaar aan de slag. Hoe beoordeelt u het optreden van het kabinet?
“Het is geen mooi kabinet geworden, maar het probleem is vooral de buitenwereld. Ik ben mild over dit kabinet, Mark Rutte maakt er het beste van. Toch zie ik dat mijn zorgen werkelijkheid worden. Aan de modernisering van de economie wordt weinig gedaan. De pensioensgerechtigde leeftijd moet sneller omhoog, zeg ik als politicus. Hoewel ik als democraat ook begrijp dat er een middenweg gevonden moest worden, omdat de PVV deze leeftijd niet wilde verhogen. Bovendien is het erg ongemakkelijk dat premier Rutte en minister De Jager veel met Europa moeten doen, terwijl zij samenwerken met een gedoogpartner die zegt: aan dit hoofdstuk doen wij even niet mee. Tegelijk heeft het kabinet een aantal dingen goed gedaan. De eerste opdracht is om stevig te bezuinigen. Die wordt uitgevoerd. Er is bovendien een opdracht om meer verantwoordelijkheid in de samenleving te leggen en daar is het kabinet mee bezig. Sommige mensen spreken over de schandelijke bezuinigingen op cultuur. Daar hoor ik niet bij.”

Herkent u voldoende het CDA-profiel in dit kabinet?
“Het CDA heeft afscheid genomen van een deel van haar traditie en gedachtegoed. Dat zie je ook terug in de beslissingen van het kabinet. Neem de zaak-Mauro. Als christendemocraat had minister Leers moeten zeggen: voor deze groep jongeren – dat zijn er geen duizenden, hooguit enkele tientallen – maak ik een uitzondering, terwijl ik tegelijk vind dat je ook heel streng moet zijn, bijvoorbeeld tegen jongeren die niets doen. Zorg ook dat er niet teveel mensen meer het land inkomen. Maar een uitzondering maken voor jongeren die écht mee willen doen, dat kan toch geen probleem zijn?”

De eurocrisis
Als econoom volgt Lubbers de eurocrisis nauwgezet. “Een groot deel van het probleem komt doordat de Europese Centrale Bank geen politieke aansturing heeft. Als Europa een goede minister van Financiën had gehad – zoals de Duitser Wolfgang Schäuble, die volgens mij de ideale kandidaat voor deze post is – zou een groot deel van de crisis niet nodig zijn geweest. Maar we moeten als Europa ook bescheidener worden. We hebben een Internationaal Monetair Fonds (IMF) dat vaker heeft ingegrepen als landen financieel om dreigden te vallen. Dat dreigt nu ook te gebeuren bij landen als Griekenland en Italië. Het IMF moet de leiding nemen in het redden en financieel gezond maken van deze landen. De Europese Unie wordt als een politieke macht gezien. Dan is men veel minder geneigd om te luisteren. Als het IMF ingrijpt, accepteren landen dat omdat ze denken: ‘Daar is het IMF nou eenmaal voor.’ Zij kunnen dus veel meer discipline afdwingen.”

Wie zijn volgens u de schuldigen van de crisis?
“De bankiers die dachten op deze manier welvaart te kunnen creëren. Alles moest aan de markt overgelaten worden en het ‘casinokapitalisme’ kreeg de overhand. Bankiers kregen vette bonussen en het draaide alleen maar om zoveel mogelijk winst. Daar moet een einde aan komen.”

Wat is volgens u de oplossing voor dit ‘casinokapitalisme’?
“Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Steeds meer bedrijven doen hieraan mee. Het draait in MVO niet om zoveel mogelijk winst. Bedrijven die aan MVO doen, hebben aangevoeld: we kunnen de wereld niet uitputten en kinderen in achtergebleven landen uitbuiten. Er wordt rekening gehouden met milieu, mensenrechten en arbeidsvoorwaarden. Je ziet in de hele economie dat bedrijven steeds meer aan MVO gaan doen. Het gaat niet om winst, maar om verantwoordelijkheid. De banken moeten ook stoppen met grote bonussen aan hun werknemers geven en hun verantwoordelijkheid nemen. Dit is dus niet in eerste instantie de taak van de politiek, maar van de bedrijven. Heel veel bedrijven laten ook zien dat ze dat voortreffelijk kunnen. Het gaat niet om de politiek, maar om de samenleving. Ik ben een man van het Handvest van de Aarde en daarin staat de samenleving centraal. Wil je dingen bereiken die nodig zijn, dan vereist dat samenwerking van de regering, bedrijfsleven en de samenleving, zegt het Handvest.”

Bent u hoopvol over de toekomst?
Absoluut! Ik geloof in de jongere generatie en ik zie dat het Handvest van de Aarde stap voor stap dichter bij de mensen komt. Er wordt bijvoorbeeld steeds meer met een open blik naar de wereld gekeken. Jongeren zijn geïnteresseerd in landen ginds en willen helpen bij ontwikkelingssamenwerking, door middel van geld, kennis of ze gaan er heen om te helpen. Dat is prachtig, daar zit optimisme in. Mensen zeggen weleens: ‘Ruud, wat ben je optimistisch over de politiek’. Dan zeg ik: ‘Ach, wat doet de politiek ertoe.’ Natuurlijk, de politiek doet ertoe, maar we moeten niet zeggen dat optimistisch zijn over de toekomst afhankelijk is van de politiek. Daarom: het gaat niet om politiek of het CDA, maar om de samenleving en de waarden.”

» Ik heb als constante in mijn leven: je moet veranderen van binnenuit. «


Blog comments powered by Disqus