De (on)zin van een half miljard per jaar aan cultuursubsidies

Door Adriaan van Beek en Herman Meijer

Enkele weken geleden was minister Bussemaker op reis naar China. Daar zijn op dit moment bijna geen musea. Daar komt echter snel verandering in. De komende jaren worden in dit enorme land duizenden musea gebouwd. Jet Bussemaker heeft met de Chinese regering afgesproken dat Nederlandse musea de Chinese collega’s gaan helpen.

Mevrouw Bussemaker, waarom is kunst zo belangrijk?

“Allereerst is de betekenis van kunst en cultuur voor de samenleving groot. Het verrijkt ons, geeft inspiratie en schoonheid. Het wakkert je eigen creativiteit en die van de samenleving aan. En de aanwezigheid van erfgoed trekt toeristen: 40 procent van de toeristen bezoekt een Nederlands museum.”

Moet de overheid überhaupt wel subsidies verstrekken?

“Bij zo’n tweederde van wat er aan boeken, muziek en andere kunst gemaakt en bewaard wordt, komen geen subsidies kijken. De overheid speelt een rol als de markt alleen er niet voor zorgt dat cultuur toegankelijk en bereikbaar is – door te hoge kosten of geografische bereikbaarheid. Als er niet genoeg ruimte is voor jong talent en experiment, en als het erom gaat kinderen en jongeren in aanraking te brengen met cultuur. Verder zijn er subsidies voor de instandhouding van ons erfgoed, voor musea en monumenten. Die willen we bewaren, omdat ze ons vertellen waar we vandaan komen en wie we zijn.”

Om hoeveel euro gaat het?

“Als het om het rijk gaat: het rijk ondersteunt instellingen van nationaal belang met vierjarige subsidies. In de periode 2013-2016 gaat het om 84 instellingen voor een bedrag van 458 miljoen euro per jaar. Het kabinet moedigt het particuliere geven aan cultuur aan. Culturele instellingen maken er ook flink werk van, veel meer dan vroeger. Per instelling zijn er natuurlijk wel verschillen in de mogelijkheden. Grote en bekende namen – zoals het Koninklijk Concertgebouworkest en het Rijksmuseum in Amsterdam – hebben de steun van de overheid nodig, maar kunnen vanwege hun reputatie meer en grotere sponsors en gevers aan zich binden dan bijvoorbeeld een regionale theatergroep. Toch is het belangrijk dat cultuur in het gehele land toegankelijk is, en alle publiek gefinancierde instellingen er alles aan doen hun betekenis voor de samenleving duidelijk te maken.”

Kan de cultuursector niet andere geldschieters zoeken?

“Er zijn inderdaad meer financiers dan de overheid. De cultuursector, ook het gesubsidieerde deel daarvan, is zich daar gelukkig zeer van bewust. Cultuur is een goed doel om aan te geven, en het is belangrijk dat musea, theatergezelschappen en orkesten zo veel mogelijk publiek aan zich binden. Dat laat zien dat ze belangrijk zijn en gewaardeerd worden.

Er is in de vorige kabinetsperiode bezuinigd op cultuur maar in deze periode gelukkig niet meer. Ik ben onder de indruk van de veerkracht van de sector. Ook als het erom gaat zo veel mogelijk mensen aan zich te binden. Het kabinet ondersteunt het geven aan cultuur met een Geefwet en een Geefcampagne. De Geefwet maakt het fiscaal aantrekkelijker om aan cultuur te geven.”

Wanneer kan de cultuursector op eigen benen staan?

“Door ondersteuning vanuit de overheid blijft het cultuuraanbod van hoge kwaliteit, toegankelijk en betaalbaar. Er wordt een veelzijdig aanbod gewaarborgd en erfgoed blijft behouden en beschermd. De steun van de overheid maakt experiment mogelijk, en voorzieningen van een grote schaal als opera en het Rijksmuseum. Die steun zal ook in de toekomst onontbeerlijk zijn.”

Stelt u zich voor, de overheid schaft alle subsidies af, wat gebeurt er dan?

“Samen zorgen de markt, private fondsen en de overheid voor een rijk en veelzijdig aanbod aan musea, theaters, voorstellingen, tentoonstellingen en concerten. Cultuur en kunst zijn veelzijdig, ook binnen hetzelfde genre. André Rieu en het Koninklijk Concertgebouworkest maken beide klassieke muziek. Het zou een groot verlies zijn als we ze niet allebei hadden. Ook voor amateurgezelschappen, koren, fanfares en bibliotheken – die subsidie krijgen van gemeenten – zouden de gevolgen groot zijn. Eerlijk gezegd kan ik me een land zonder bibliotheken, theaters, musea en monumenten niet voorstellen.”

Tot slot vragen we de PvdA-minister natuurlijk even naar de huidige politieke situatie. Ook minister Bussemaker krijgt veel te maken met de SGP’ers. Het huidige kabinet werkt immers veel samen met de SGP (en met de CU en D66).

Bevalt die samenwerking?

“Ja, ik kom ze eigenlijk alleen tegen bij OCW-debatten. SGP’ers zijn altijd goed voorbereid en zeer integer.” 

Lees hier het volledige artikel in PDF!

 


Blog comments powered by Disqus