Standpunten

Leerplicht

In Nederland geldt de Leerplichtwet van 1969. Dat bekent dat er een leerplicht is van vijf tot zestien jaar. Heb je daarna nog géén startkwalificatie (havo, vwo of mbo-2), dan volg je onderwijs tot je achttiende (dit heet de Kwalificatieplicht). De leerplichtambtenaar ziet erop toe dat deze regels strikt gehandhaafd worden.

Het huidige beleid onderstreept dat het ontvangen van onderwijs zowel een groot voorrecht als een noodzaak is: je wordt door het onderwijs in je jeugd klaargestoomd en gevormd voor de maatschappij. Ieder mens heeft de plicht om zijn talenten, die hij van God gekregen heeft, te ontwikkelen.

Leeftijd

De leerplichtige leeftijd omlaag halen, is onverstandig, zoals de minister in 2002 ook terecht heeft aangegeven. Zeker, er zijn jongeren die veel liever werken dan leren. Zulke ‘doeners’ hebben we nodig. Het is volgens SGP-jongeren echter geen optie om een vmbo-diploma ook als startkwalificatie te laten gelden. Juist ook voor praktijkmensen is goede scholing belangrijk. Natuurlijk verdient toesnijden op de praktijk van ‘doeners’ daarbij veel aandacht.

Zowel beroepsgericht als wetenschappelijk onderwijs is heel belangrijk om een degelijke kenniseconomie in stand te houden. Doorleren moet gestimuleerd te worden (bijvoorbeeld door studiefinanciering), terwijl vroegtijdige schoolverlating (waardoor mensen nauwelijks kansen hebben op de arbeidsmarkt) moet worden tegengegaan.

Leerwerktrajecten

Schoolverlaters, die moeilijk werk kunnen krijgen, verdienen steun van de overheid. Leerwerktrajecten, liefst in samenwerking met het bedrijfsleven, kunnen hiervoor zeer functioneel zijn. Een andere goede optie is (de vaak wat rebelse maar slimme) jongeren stimuleren om zélf een onderneming op te starten. In een tijd met veel vroegtijdige schoolverlating en weinig vraag naar arbeid moet de overheid jongeren in elk geval niet in de kou laten staan!

- VMBO diploma niet laten gelden als startkwalificatie.

- Aangepaste lesmethodes en leerpaden voor doeners (leren door te doen).

- Schoolverlating tegen gaan door extra (financiële) stimulatie en stevige aanpak.

- Leertrajecten, ondernemersbroedplaatsen en andere initiatieven steunen waar uitgevallen jongeren op eigen manier werken aan hun toekomst.