Het juiste spoor voor het OV!

Het dagelijkse openbaar vervoer van miljoenen Nederlanders gaat niet altijd zonder slag of stoot. Volle treinen, storingen in het spoornetwerk en eindeloze vertragingen hinderen veel reizigers. Ook groot falen kennen we inmiddels, denk alleen al aan het voorval met de Fyra. Gelukkig gaat er ook heel veel goed – aan goedkoop mopperen doen we niet graag. Honderdduizenden reizigers gaan iedere dag van A naar B en dit gebeurt veelal in goede orde. Echter, helaas zien we dat er afgelopen tijd verkeerde keuzes zijn gemaakt in het OV-beleid.

Het dagelijkse openbaar vervoer van miljoenen Nederlanders gaat niet altijd zonder slag of stoot. Volle treinen, storingen in het spoornetwerk en eindeloze vertragingen hinderen veel reizigers. Ook groot falen kennen we inmiddels, denk alleen al aan het voorval met de Fyra. Gelukkig gaat er ook heel veel goed – aan goedkoop mopperen doen we niet graag. Heel veel reizigers gaan iedere dag van A naar B en dit gebeurt veelal in goede orde. Helaas zien we dat er afgelopen tijd verkeerde keuzes zijn gemaakt in het OV-beleid.

 

Investeren in betrouwbaar treinverkeer

 

De neoliberale visie op het openbaar vervoer vierde hoogtij in de kabinetten-Rutte: alleen openbaar vervoer realiseren of in standhouden waar minimaal de kosten tegenover de baten gelijk zijn. Door allerlei aanbestedingen werd de weg vrijgemaakt om veel te bezuinigen op het OV. Vanuit het nieuws horen we regelmatig dat er gebrek is aan materieel op het spoor; mensen zitten als sardientjes in een blik in de spits. Tegelijkertijd slipt het wegennetwerk vol in ons land. Knelpunten in de Randstad als de A15 en A27 worden niet effectief bestreden. De auto is voor veel mensen nog altijd hun eerste vervoersmiddel, mede door de storingsgevoeligheid van reizen over het spoor. Een flinke investering in het spoornetwerk betekent meer treinen, maar vooral dat het drukbezette spoornetwerk up-to-date is en zo min mogelijk te kampen heeft met storingen. En ja, dat mag flink wat kosten. Een goed OV ontlast mede het asfalt, helpt mensen van A naar B en verdient daarom volgens SGP-jongeren een stevig en ambitieus beleid.

 

Isoleer krimpgebieden niet

 

SGP-jongeren hekelt de manier waarop krimpgebieden worden behandeld. Private busmaatschappijen zoals Arriva en Connexxion willen niet rijden op verlieslijdende lijnen en dus moeten regio's het zonder OV doen. Natuurlijk moet het openbaar vervoer tot op zekere hoogte rendabel zijn. Dat het rijden met lege bussen financieel ongewenst is, is een vanzelfsprekendheid. Aan de andere kant heeft de overheid wel de taak om voor zogenaamde collectieve goederen te zorgen, zoals de dijken en het leger. Mobiliteit hoort daar ook bij.

Inwoners van afgelegen of dunbevolkte regio's moeten juist mobiel kunnen zijn. Het doel is de reiziger te vervoeren, niet winst te maken. Aangezien provincies het best weten waar en wanneer er OV nodig is, moeten zij de macht behouden om het OV uit te besteden en waken over de kwaliteit van het OV. De lokale maatschappij is hierbij gediend; denk aan ouderen die vaker langer thuis wonen of aan de vele gemeenten die hun uiterste best doen om jonge en hoogopgeleide inwoners te behouden.

 

Vernieuwende initiatieven

 

In de loop van de tijd zijn er verschillende goede initiatieven opgezet om op plaatsen van weinig reizigers toch openbaar vervoer te creëren, zoals de belbus en de haltetaxi. Hierdoor is er OV op momenten dat het nodig is. Openbaar vervoer is namelijk nog steeds nodig voor studenten, ouderen en werkenden. Provincies moeten in krimpgebieden investeren en innoveren in passend vervoer.

 

Kortom, elk gebied heeft een goed OV-netwerk nodig. De vraag moet centraal staan en niet per defintie de winstcijfers. Marktwerking hoeft niet verkeerd te zijn, maar ingrijpen is nodig als de OV-kwaliteit afneemt. Het OV verdient een hogere plek op de politieke agenda, die wissel mag gerust eens om.

 

Geschreven door Koen Schouten

Koen is lid van commissie binnenlandse zaken. Meer artikelen van Koen Schouten:



Blog comments powered by Disqus